Oma vertelt: het Kerkraam

Monumentendag.
De deur staat open van een kerkje waarin ik sinds 1966 niet meer geweest ben

De Lutherse kerk aan de Koningsstraat in Beverwijk.
Hieronder een prent van hoe dat kerkje er in 1779 uitzag.
Van buiten blijkt het nauwelijks veranderd (ook sinds m’n jeugd niet) en het zal als Rijksmonument ook niet gauw meer veranderen.
Een bijzonderheid is dat Ferdinand Domela Nieuwenhuis er nog predikant is geweest,
van 1871 tot 1875

Ik wilde er speciaal nog eens langs om een glas-in-loodraam terug te zien.
Oorspronkelijk zat er gewoon glas in de ramen links en rechts van de preekstoel,
zoals deze prent uit 1778 toont.
Van dat oude glas, verkleurd tot vale tinten lichtgroen, grijzig, gelig… herinner ik me


Maar ter nagedachtenis aan mijn moeder heeft mijn vader indertijd een glas-in-loodraam aan de kerk geschonken. Het stelt de Barmhartige Samaritaan voor,
vermoedelijk vanwege hun beider medische achtergrond.
Het werd vervaardigd door dominee/glazenier Pieter Kok uit Weesp,
in die typische decoratieve stijl van de jaren ’50.

Ik vond het bij eerste aanblik meteen lelijk. Niet dat ik dat toen durfde te zeggen, dat zou meteen een klap opgeleverd hebben, want zo ging dat. Maar ik vond het slecht getekend.
Eng ook, die klauw van de Samaritaan om de al te lange nek van het slachtoffer.
En dan dat stomme speelgoed-ezeltje…
Als gebaar was het natuurlijk heel mooi en deftig, om een glas-in-loodraam aan een kerk te schenken. Al kan ik, nu ik het raam terug zie, dominee Kok nog steeds niet bewonderen

Op deze site is een kleine biografie van de nijvere dominee Kok te lezen
(doorscrollen tot Geschiedenis glas in lood ramen)
en hier nog een interview met zijn weduwe over hun beider kunst (pagina 10).

Later heeft de Lutherse gemeente gecollecteerd om ook dat andere raam
met glas-in-lood te vullen, van dezelfde maker: de Verloren Zoon (al net zo’n engerd).
Hieronder de ramen gezien vanaf het koor, waar ik een dikke halve eeuw terug bibberend kerstliedjes zong. Bibberend omdat de kachels niet toereikend waren (zoals het ook hoort in klassieke kerken, waar vanouds helemaal niet gestookt werd).

Dat zingen was overigens wel altijd fijn. Lutheranen zingen veel.
Bijzonder is dat de dominee ook liturgische teksten zingt,
wat ongebruikelijk is bij andere Nederlandse protestanten


De preekstoel herinnert me aan een grappige oude uitdrukking.
Als dominee ging preken, dan heette het: ‘hij trekt de houten broek aan’.
Ik ben even op die preekstoel geklommen, om eens te zien wat voor uitzicht je dan hebt.
Voor het eerst van m’n leven, want zoiets liet een kind vroeger wel uit zijn/haar hoofd!
De preekstoel was zo’n beetje het Heilige der Heiligen

En toen naar nog wat plekken geklommen waar vroeger geen kind geacht werd te komen:
het ossenbloedkleurige wenteltrapje op, aan de linkerkant van de kerk, naar het orgel

Bij de pedalen van het oude, grote orgel, in het midden

En bij de verrassend ludieke muziekinstallatie ter rechterzijde.
Ach ach, voor zulke taal had je vroeger enorm op je donder gekregen. O tempora, o mores

Vervolgens wiep ik nog even een blik in de consistoriekamer,
verbouwd tot een rare keuken die in niets herinnert aan de moeizame avonden
met dominee en ernstige dan wel verveelde catechisanten

En heb bij de uitgang nog eens gepeinsd over de tekst boven de deur, die voor ons kinderen zo onbegrijpelijk was. Niet elke bijbelvertaler was/is ook even begaafd.  En vroeger hielden de mensen erg van plechtstatige teksten, ook al was het cryptische brij.
Daarbij moest/moet elke eigenwijze christelijke groepering z’n eigen bijbelvertaling hebben, wat vaak tot malle verschillen leidt/leidde

Toen ik Duits leerde, en tijdens catechisatie liet vallen dat in die taal
rechte Leere “echte leegte” betekent, was dominee not amused.

Lang ben ik niet bij hem gebleven, al was ds. J.A. (Jan) Roskam een vrolijke man die erg om zijn eigen grapjes kon lachen. Hij had ook een vrolijke vrouw, Mies, die met één oog in je zak keek, zoals wij dat toen noemden (ze had een onbehandeld lui oog).
God zal hun beider zielen intussen wel hebben, want ik herinner me dominee als een buikige oude man (al vinden jonge ogen alles boven de dertig oud).
In elk geval ging ik op catechisatie bij een ander.
Mijn familie kerkte bij twee kerken, van verschillende geloofsrichtingen,
dus koos ik voor de tweede, met een nieuwe, jonge dominee.
Waarom we van twee kerken waren, vertelt oma een volgende keer
(en ook hoe vreselijk die catechisatie uit bleek te pakken).

Hieronder nog een foto met uitzicht op de houten kerkbanken, waar je nogal pijn van in je zitvlees kreeg. Maar het voordeel voor kinderen was dat je lekker ongestoord achterin kon zitten, achter die schotten, uit het zicht van de knorrige volwassenen.
Er ging dus wel eens een Donald Duckje mee naar de kerk!

Actuele informatie over het Lutherse kerkgebouw in Beverwijk is te lezen in een rapport
van de Stichting Oude Hollandse Kerken (doorscrollen naar pagina 24). Opvallend is dat ik geen enkel gegeven over die glas-in-loodramen heb kunnen vinden, nergens. In dit rapport worden ze alleen ‘moderne gebrandschilderde ramen’ genoemd, maar hoe ik ook googelde: nergens iets over de maker ervan, noch over de opdrachtgever, de reden van de schenking en het jaar ervan. Wonderlijk hoe snel geschiedenis onder het stof verdwijnt.
Het is dat ik het nog wist.

Advertenties

Over Selma

Maarten Lutherschool 1958
Dit bericht werd geplaatst in Oma vertelt, Religieuze Rimram, Uncategorized en getagged met , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

10 reacties op Oma vertelt: het Kerkraam

  1. fulpsvalstar zegt:

    Mooi verhaal en -mooie foto’s.
    Voor de geïnteresseerden een aanvulling:

    Gebouwd door: Pieter Flaes (1875)

    Het kerkgebouw van de Lutherse Kerk te Beverwijk wordt ook gebruikt door de Christelijke Gereformeerde Gemeente Beverwijk.

    Technische gegevens
    Hoofdwerk 6
    Bovenwerk 3
    Pedaal aangehangen
    Totaal aantal stemmen 9
    Manuaalomvang C-f”’
    Pedaalomvang C-c’
    Toetstractuur Mechanisch
    Registertractuur Mechanisch
    Windlade(n) Sleeplade
    Temperatuur Evenredig zwevend

    Dispositie
    Hoofdwerk: Bourdon 16′, Prestant 8′, Octaaf 4′, Quint 3′, Octaaf 2′, Mixtuur III sterk (bas), Cornet IV sterk (discant).
    Bovenwerk: Salicionaal 8′, Holpijp 8′, Roerfluit 4′.
    Pedaal: Aangehangen.
    Koppelingen: Manuaalkoppel.

    Bron: Orgeldatabase – Piet Bron.

  2. Selma zegt:

    Fulps,
    boeiend, die aanvulling.
    Ik had ook gegoogeld op het orgel, maar begreep de details niet helemaal. Het lijkt net of het grote orgel (dus wat je vanuit de kerk ziet) niet gebruikt wordt, maar alleen iets kleins aan de zijkant (een ander orgel?). Ik las namelijk wel dat het orgel ‘restauratie behoeft’…

  3. Blewbird zegt:

    Mooi! Ik vind kerkorgels prachtig. Deze ga ik vast een keer bekijken. Bijzonder zo’n binding/roots. Dat heb ik niet echt en dan blijf je ‘zweven’.

  4. fulpsvalstar zegt:

    Selma,
    Op foto 7 zie je het front, de pijpenrij (register) die je ziet heet “prestant” omdat hij vooraan staat.
    Binnenin de orgelkas vind je nog 8 pijpenrijen, de 8 voetsregisters klinken op dezelfde hoogte als de piano, het 16 voets register klinkt een octaaf lager.
    Het 4 voets register klinkt een octaaf hoger dan het 8 voets …..enz….
    Een mixtuur is een vulstem met veel kleine hoogklinkende pijpen.
    Aan de zijkant van dit orgel vindt je de speeltafel (foto 8) met -in dit geval- twee klavieren voor de handen en een voetklavier voor de voeten.
    De twee pedalen van foto 9 diende voor de komst van een electrische ventilator om het orgel van wind te voorzien, in vroeger tijden moest de organist dus altijd iemand meenemen.
    Het Beverwijkse orgel is een klein instrument van een zeer gerenommeerde bouwer.

  5. Aad Verbaast zegt:

    Weer een fraai uitgewerkt blog van je. Leuk om te zien dat er zoveel te vertellen en te zien is over een kerkje als dit. Alles onder handbereik!

  6. fulpsvalstar zegt:

    “Bijzonder is dat de dominee ook liturgische teksten zingt,
    wat ongebruikelijk is bij andere Nederlandse protestanten”

    Ik werd een keer op zaterdag gebeld door dominee-dichter Gert Landman, hij zou op zondag bij ons preken.
    Hij vroeg me hem voor de zegen een a te geven want hij wilde de zegen zingen.
    Mijn reactie was: “zou je dat wel doen Gert, je bent hier op de Veluwe” maar hij was niet van zijn voornemen af te brengen, ik ken hem als zanglustig met een mekkerend geluid.
    Ik kreeg gelijk, de gemeente schrok zich een hele boel hoedjes.

  7. Selma zegt:

    Aad Verbaast,
    wat een aardige reactie, dank je wel.
    (Zulke kerkjes staan zeker weten ook binnen handbereik op het ‘hoge’ land, grinnik…)

  8. Selma zegt:

    Blew,
    zweven heeft zo zijn voordelen. Al kan niemand daar exact over oordelen. Zelf zou ik liever zonder geloof zijn opgegroeid, omdat het me zo diepgaand beïnvloed heeft dat ik vaak nog steeds handel en denk vanuit dat geloof, ondanks ratio. Maar dat is ongetwijfeld hetzelfde vanuit een andere opvoeding. We zijn maar gevormd door degenen die ons voorgingen, en onze tijdgenoten, en nog wat.

  9. Selma zegt:

    Fulps,
    die Gert had wel lef, hij durfde een traditie te doorbreken, en…
    hij was helaas ijdel met weinig zelfkennis (oordeel ik maar even).
    IJdelheid is traditioneel een voor de hand liggende en diepe, diepe valkuil voor dominees, priesters, imams, rabbijnen etc.
    Fijn genoeg was onze beste dominee Roskam gezegend met een zuivere bariton.
    Ik heb daar warme herinneringen aan.
    Een valse of mekkerende voorzanger, dat lijkt me een gruwel in het aangezicht des Heeren. Dus hoe het eenvoudige, dwalende volk dan ins hemelsnaam zo ook maar enig contact met het goddelijke zou kunnen gaan voelen?
    Mijn ervaring is dat niet het geklep van dominee, niet het knullige gezang van de gemeente, niet de zondagsschool of het gezamenlijk gebed of wat voor geloofsuitingen (of -dwang) mij een glimp gegeven hebben van waar het misschien om gaat, maar alleen de muziek. Zingen, van dominee of van zuivere koren: Bach, Mozart, noem maar op.
    In onze tweede familiekerk echter (waar ik ook nog eens blogje aan ga wijden) was zo’n misdadig slechte organist dat ik voor de rest van m’n leven orgelmuziek ben gaan haten.
    Ik doe m’n best om af en toe een beroemde getalenteerde organist aan te horen, maar de walging van het instrument is indertijd misschien te vroeg en te diep ingezonken.
    Dat zal voor een mekkerende voorzanger voor anderen wie weet hetzelfde zijn.
    Wat ben ik blij dat ik vroeger alleen heerlijk mooi heb horen zingen.
    Jij hebt als kind vast heerlijk mooi orgel horen spelen!

Schrijf hier je reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s