Oma vertelt: Spiraea van houttei

Een brede strook bloeiende Spiraea van houttei langs het Pleiadenplantsoen

Goed idee eigenlijk, flats met openbaar groen. Als die bewoners een eigen tuin hadden, zouden ze hun obesitaslijven maar in hun suzukietjes hijsen om naar het tuincentrum te snellen en siertegels te bestellen. Zo gauw mogelijk al hun tuinen dicht laten metselen.
In de wereld der stratenmakers heerst geen werkeloosheid


Ik had geen vader voor diepgaande gesprekken.
Feitelijk heb ik helemaal nooit een echt gesprek met hem gehad.
Hij was de klassiekste onder de vaders van de heel oude stempel: werk, werk, werk.
En kinderen waren voornamelijk hinderen, zoals Vader Cats zei.
Dat vond hij wel een aardige zin, want hij zei het ook af en toe.
Hij richtte zich hooguit tot het kleine spul om een corrigerende opmerking te maken, een klap uit te delen of een weetje door te geven. Het eerste zeer veel vaker dan het laatste.

Maar goed, dat deze struik Spiraea van houttei heet, weet ik toch van hem.
Wat vond ik het een rare naam. Ik had juist zo’n beetje de ei leren schrijven.
Een ei is een ei en spreek je uit als ei. Maar dit klonk als houtte-i .
Ik begreep er dus niets van, maar vond het toch een vreemd mooi woord.
Dat bleef ik maar in mezelf herhalen tot het een soort liedje was.

Zes jaar later werd het raadsel verklaard door meneer Brommer, de ontzagwekkende leraar Latijn: die e-i is de Latijnse genitivus, het is de Spiraea van Van Houtte.
Meneer Brommer was een gezette man, met een grote lelijke kop, zoiets als Socrates
zonder baard, en rood, met geelgrijze krullen, achterover gekamd tot op z’n boordje.
Altijd kaarsrecht met de kin omhoog, en hij gaf geen les, hij oreerde.
Wanneer hij woedend was op een leerling, dan brulde Brommer een amfibrachys:
“Ga terúg naar het plébs waar je thúíshoort!”
Wat natuurlijk lachen geblazen was toen hij zich zo eens tot zijn buurjongen Teun richtte.

Enfin, zo bleef de Spiraea van houttei gemakkelijk een halve eeuw in mijn geheugen hangen

Maar misschien is het die van houttei toch niet.
Die heeft meer kleine ronde boeketjes van bloempjes… Even googelen.
Tjonge wat zijn er veel van die spierstruiken, zoals ze ook blijken te heten (van het Griekse speira, ‘kronkeling, spiraal’, een term voor planten waar kransen van gemaakt werden). Misschien is het de Spiraea cinerea ‘Grefsheim’ of de Spiraea nipponica snowmound.
Aan fraaie namen geen tekort in de plantenencyclopedieën. Maar ik houd het toch op houttei, vanwege de grappige jeugdherinnering, al zou het fout zijn.

En nu heb ik eindelijk ook gevonden wie die Van Houtte was. Een plantenminnaar.
Hij heeft ook tegen Nederland gevochten, in 1830, voor de onafhankelijkheid van België!
En hij kreeg een victorieus standbeeld
met een speira, een krans die als een aureool boven zijn hoofd wordt gehouden door engel

Advertenties

Over Selma

Maarten Lutherschool 1958
Dit bericht werd geplaatst in Natuur & zo, Oma vertelt, Uncategorized, Velsen en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

10 reacties op Oma vertelt: Spiraea van houttei

  1. Mieke zegt:

    Wat een jeugdherinneringen, opgeroepen door een planstoen. Mij staat voornamelijk de lathyrus bij. Spirea blijft een fijne struik, vult lekker en doet het altijd, zelfs na de vorst. Deze laatste heeft in mijn tuin nogal zijn sporen nagelaten. Ach ja, je moet ook geen exoten in je tuin plaatsen. Zeg dit zonder te willen discrimeneren, dat doen anderen jammer genoeg volop.
    Toch een mooie exoot is niet te versmaden.

  2. Selma zegt:

    Mieke,
    ach de lathyrus, natuurlijk. Mij is het nooit gelukt om de lathyrus zo hoog en uitbundig te laten bloeien alsie vroeger thuis deed.
    Wist je dat het de lievelingsbloem van koningin Juliana was?
    Deze rare winter heeft wonderlijk genoeg in alle tuinen toegeslagen.
    Bomen en struiken die al tientallen jaren meegaan zijn ineens helemaal dood!
    Exoten, tja, dat is een hele andere discussie, dan heb je het ook over halsbandparkieten, nijlganzen, Amerikaanse rivierkreeft, Japanse oester…
    Zie voor meer, ook planten: http://www.invasieve-exoten.nl/nederlandse%20top%20100.html

  3. fulpsvalstar zegt:

    Bij ons in de straat is de helft van de bomen gaan hemelen, allemaal een jaar of vijftig oud.
    Bij het station een grote oude boom dood en nog wat andere die een zware klap gehad hebben.
    Late vorst na lang te zacht weer…….
    Overigens, mooie sierbestrating, in de meeste van die huizen zullen mammie en pappie wel allebei moeten werken en daarna volgt de zak chips, de borrel en de vette prak en dan blijft er voor het tuintje geen tijd meer over.

  4. Annet zegt:

    Wat een verhaal rond zo’n ‘gewone’ ‘plantsoen’struik…..de laatste jaren bekijk ik ze ook beter….
    Zo heb je ook het rotonderoosje….lang doorbloeiende kleine compacte roos…..

    Ja zo’n woord raak je nooit meer echt kwijt….

    En weg met de tegeltuin!

  5. Selma zegt:

    Fulps,
    zoveel bomen en struiken dood na een winter,
    ik kan me niet herinneren dat ooit eerder gezien te hebben.
    Jammer, maar c’est la Nature.
    Mmmm, dat eten… wat dacht je van de steigerhouten loungebanken en de barbecue?
    Of de buitenkeuken op wieletjes. In die straten ruikt het op mooie zomeravonden naar een crematorium dat overuren maakt.

  6. Selma zegt:

    Annet,
    rotonderoosje, wat een grappige naam, die kende ik niet maar nu vergeet ik hem nooit meer.
    Zie hem zó voor me. Vast een bedenksel van een plantsoenendienst, die voor elke moeilijke plek een kan-niet-mislukken plant heeft.
    In die categorie vallen deze spiraea’s ook. Vandaag fietste ik er nog langs. Het is jammer dat WordPress geen mogelijkheid heeft om geur toe te voegen.
    En die tegeltuinen?
    Die worden alleen maar populairder. Dat heet in makelaarstaal ‘de onderhoudsvrije tuin’ 😉
    Ga voor de grap eens tellen in eengezinswoningwijken en die met moderne villaatjes.
    Om toch nog aan de term tuin te voldoen staat er dan een gestroomlijnde buxus of conifeer in.

  7. heleen zegt:

    Voor de ‘groene guerillero’s’ rust hier nog een mooie taak.
    Het is mij ook een doorn in het oog hoor, ga alsjeblieft in een flat wonen als je geen tijd hebt voor en tuin. Ik heb dit voorjaar in mijn tuin een broedende roodborst, merel en koolmees gehad en dat kan niet met zo’n steenwoestijntuin.

  8. Selma zegt:

    Gewone plantsoenendiensten doen het gelukkig veel beter tegenwoordig
    (met afgrijzen herinner ik me de jaren ’70, toen het doodspuiten van bermen gewoonte was).
    Wat de tegelende burger betreft: tuincentra verdienen meer aan stenen dan aan planten. Stenen zijn bovendien eeuwig houdbaar en vergen geen zorg.
    Als de tuincentra de moestuin leuk hadden gepromoot,
    zou nu niet half Nederland dichtgemetseld zijn.
    Het wachten is op een echte voedselcrisis:
    dan vliegen de stenen de tuinen uit, en gaat iedereen weer zijn eigen uien, kool en aardappels verbouwen, zoals het hoort.

  9. Sander Sloots zegt:

    En ik maar denken dat ik de enige was met deze ergernis. Ik verwonder me ook altijd over die lelijke tegeltuinen. Op ons balkon is meer groen te vinden dan in een gemiddelde tuin tegenwoordig.
    Tijdens de pauze op mijn werk maak ik regelmatig een rondje door de buurt. Ik kan een rondje maken door een buurt met laagbouwwoningen of een rondje door een mooie flatwijk met prachtige grote bomen en weelderige bosplantsoenen. Het moge duidelijk zijn dat ik vooral het laatste rondje maak.

  10. Rob Alberts zegt:

    Met plezier gelezen.
    Soms veranderen verhalen in de tijd, maar vooral de gevoelens blijven sterk.

    Vriendelijke groet,

Schrijf hier je reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s