Vrijdag a.s.: de eerste Kerdijk-lezing door Job Cohen, een monument voor mijn overgrootvader

Vrijdag 18 november zal in Felix Meritis te Amsterdam de eerste Kerdijklezing gehouden worden, genoemd naar Arnold Kerdijk (1846-1905), een van de oprichters en voormannen van de Vrijzinnig Democratische Bond (VDB), een politieke partij waaruit vlak na de Tweede Wereldoorlog zowel de PvdA als de VVD zijn voortgekomen.

Politiek stond Arnold Kerdijk dus aan de wieg, of beter gezegd de conceptie van partijen
die in onze tijd lijnrecht in oppositie met elkaar lijken te zijn,
maar in de conservatieve, christelijke 19de eeuw, toen vrouwen, arbeiders en mensen zonder geld geen stemrecht bezaten, was een sociaal bewogen politicus (die zich inzette voor de ‘sociale quaestie’) vanzelf altijd een liberaal.

Op 18 november verschijnt ook de biografie van Kerdijk, geschreven door zijn achter- kleinzoon Wibo Schepel, die zich grondig verdiepte in het leven van deze bijna vergeten ‘weldoener’, wiens denkbeelden èn daden verrassend modern en actueel blijken te zijn. Vandaar dat historicus James Kennedy er graag het voorwoord bij schreef, en uiteenlopende politici aanwezig zullen zijn, zoals Job Cohen, partijleider van de PvdA, die het eerste exemplaar van het boek in ontvangst wil nemen, en VVDer Frits Bolkestein, die Kerdijk “natuurlijk een man naar mijn hart” noemt, en: “als ik in de 19de eeuw had geleefd, zou ik zeker een Kerdijkiaan zijn geweest”.

Arnold Kerdijk werd geboren als telg van een gefortuneerde Rotterdamse koopmansfamilie, en studeerde rechten in Utrecht en promoveerde magna cum laude.
De periode, waarin hij opgroeide, wordt wel eens beschreven als ‘de grote versnelling’.
Nieuwe technologische ontwikkelingen volgden elkaar in een rap tempo op.
En de brede toepassing van eerdere uitvindingen, zoals de stoommachine,
markeerden het begin van de industriële revolutie.
Terwijl vooral de bovenlaag van de bevolking van deze veranderingen profiteerde en het financieel gezien goed ging met ons land, werd deze tweede gouden eeuw tevens gekenmerkt door een grote kansarme onderlaag,
die met name in de industriesteden een ellendig bestaan leidde.
Weinig gegoede burgers trokken zich daar iets van aan, op de kerkelijke bedeling en liefdegaven van dames van betere standen na.
Eén Kamerlid ging zelfs zover dat hij kinderarbeid durfde te vergoelijken door deze te vergelijken met de gymnastiek van kinderen uit de hogere klassen.

Kerdijk had juist een scherp oog voor deze misstanden, en was zeer begaan met de onderbetaalden en rechtelozen, in het bijzonder ook met hun gezinnen.
Hij besloot om niet in de voetsporen van zijn vader te treden, in de handel, maar zich te wijden aan het dichten van de kloof tussen arm en rijk, wat naar zijn idee moest gebeuren door de arbeiders te verheffen, oftewel hun levensomstandigheden te verbeteren, hen rechten te geven, en vooral ook door het beter toegankelijk maken van onderwijs, bibliotheken en gezondheidszorg.

Hij werd landelijk bekend als een gedreven spreker over deze onderwerpen.
In een tijd dat er dus nog nauwelijks sociale wetgeving bestond, spande Arnold Kerdijk zich bovenmatig in voor uitbreiding van het kiesrecht, voor arbeidsrecht, voor vrouwenrechten, voor een ongevallenwet, en voor de leerplicht. Daarnaast was hij actief pleitbezorger voor betere huisvesting en huiselijke hygiëne, voor de oprichting van arbeiderscoöperaties en verzekeringen, en voor de culturele opvoeding van de ‘lagere standen’.

En om een paar van zijn nevenactiviteiten (naast zijn werk als politicus) te noemen:
als onbezoldigd schoolopziener reisde hij stad en land af om het onderwijs te verbeteren en alle kinderen (die vaak nog al te jong aan het werk werden gezet) daarbij te betrekken,
was hij medeoprichter van de eerste School voor Maatschappelijk werk (later Sociale Academie), oprichter van vele vakantiehuizen voor achtergestelde stadskinderen, en stond aan de wieg van de eerste spaarbank voor arbeiders, de Rijkspostspaarbank, het fraaie gebouw aan de Amsterdamse Van Baerlestraat dat hij liet bouwen en waarvan hij de eerste directeur was. Ook was hij secretaris van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, en mede-oprichter en voorzitter van het bestuur van het Centraal Bureau voor Sociale Adviezen (de voorloper van het Centraal Bureau voor de Statistiek), dat arbeiders-verenigingen hielp met adviezen en juridische bijstand, en enquêteonderzoek verrichtte.

Kerdijk kan op één lijn gesteld worden met beroemde contemporaine mensen- en kinderrechtenactivisten (avant la lettre) als Aletta Jacobs en Wilhelmina Drukker, Thijssen en Ligthart, van Houten, Domela Nieuwenhuis, hoezeer die onderling ook verschilden…

In zijn tijd was Arnold Kerdijk een bekende Nederlander op de barricaden,
maar ook vaak onbegrepen, en ronduit tegengewerkt.
Zo waren zijn standpunten over geboortebeperking en de rechten voor vrouwen niet alleen erg progressief, maar voor velen zelfs zeer schokkend.
Misschien ondervond hij ook tegenstand omdat hij een Jood was, wat toen nog zacht gezegd niet heel erg salonfähig was, al had hij zich geheel bevrijd van godsdienstige plichten en dogma’s, en manifesteerde hij zich als agnost met respect voor andere religies en belangstelling voor alternatieve vormen van spiritualiteit.

Arnold Kerdijk was vanzelfsprekend een man van zijn tijd, met ‘noblesse oblige’ in zijn vaandel en, vanuit modern perspectief met de neerbuigende wens om paupers te helpen hogerop te komen, hoe vurig en welgemeend ook. Wij noemen zijn werkwijze nu paternalisme, maar er was toen geen andere manier om de rechteloze onderklasse een volwaardiger te leven te geven dan vanuit een welwillende hoogte.
Uit zijn biografie komt een man naar voren met een zeldzaam nobel karakter en een gigantische energie, een zeer origineel denker, veelzijdig en welsprekend, die nogal wat van zijn rijkdom, al zijn vrije tijd, (vaak) de aandacht voor zijn gezin en tenslotte ook zijn gezondheid offerde aan zijn idealen van een rechtvaardiger samenleving.

Hij was iemand met een heldere, bijna profetische toekomstvisie, al zijn vele van de doelen die hij nastreefde pas na zijn dood verwezenlijkt, soms pas na jaren van gehakketak en compromissen tussen links en rechts.
De door Kerdijk en de zijnen geïntroduceerde sociale wetgeving heeft de overgang ingeluid naar onze moderne democratische meritocratie. De standen en klassen hebben hun scherpe kanten verloren en afkomst vormt steeds minder een noodlot of een zegen.
Maar al zijn veel van zijn doelen dus uiteindelijk bereikt, toch is niet alles gerealiseerd,
en waar Kerdijks humanitaire en praktische idealen wel verwezenlijkt zijn
is er nu zelfs hier en daar sprake van een terugval…

Als geheelonthouder en medeoprichter van de Algemene Nederlandse Geheel-Onthouders Bond zou Kerdijk zich in zijn graf omdraaien als hij zou weten hoe mateloos er tegenwoordig in welvarend Nederland gedronken wordt, tot comazuipen toe. Maar hij kan zich niet meer omdraaien want helaas is zijn graf geruimd. Daarom is het goed dat zijn biografie verschijnt, als monument en eerbetoon voor een groot en goed man.

Allerlei verworvenheden die de hedendaagse Nederlander als vanzelfsprekend beschouwt, of opeist als zijn goed recht, zijn door Kerdijk en zijn geestverwanten zwaar bevochten op de christenbroeders, de kapitalisten, de geprivilegieerden.
De tragiek is, dat de volksemancipatie die de sociale liberale Arnold Kerdijk beoogde, zó goed gelukt is dat elke geslaagde burger, maar ook de blowende alcoholische tiener zichzelf tegenwoordig autonoom acht, vaak (alleen) voor zijn eigen rechten opkomt,
en zich weinig meer laat gezeggen door of aantrekt van de gemeenschap.

In plaats van Kerdijks ideale mensenmaatschappij waarin iedereen gelijkwaardig is,
en zijn steentje tot algemeen welzijn, verheffing en cultuur bijdraagt,
lijkt onze samenleving er een geworden te zijn van rijke egoïsten tegenover arme kanslozen, of beter gezegd van lui die het geluk dat ze hebben als hun eigen verdienste en goed recht beschouwen, versus mensen aan wie geen kansen geboden worden, maar die men wel uitvreters of fraudeurs noemt, of dat wonderlijk genoeg negatieve etiket gelukszoekers geeft; alsof niet elk mens een gelukszoeker is.
Bovendien is veel van wat Kerdijk initieerde, of waar hij voor streed,
tegenwoordig zo algemeen verbreid en doodnormaal
dat nog maar weinig mensen weten dat het ooit totaal anders was.
Heel veel Nederlanders, die in een ruim, warm huis met goed sanitair wonen, goed verzekerd zijn, twee keer per jaar een vliegvakantie boeken, die geen puf hebben om naar de stembus te gaan, en al moe worden van twee kinderen en een 36-urige werkweek,
beseffen niet in wat voor intense armoede hun overgrootouders leefden:
in vochtige kelderwoningen, afgetobt door lange zware werkdagen en enorme gezinnen, ongezond, ongeschoold, zonder rechten.

Natuurlijk zijn er ook nu nog steeds weldenkende mensen die de wereld actief willen verbeteren, maar de mogelijkheid om zo’n enorm verschil te maken als Arnold Kerdijk deed in zijn tijd, is er haast niet meer. Ook omdat de overheid bijna alles tot in de puntjes met wetten en regels dichtgemetseld heeft, zodat revolutionaire burgerinitiatieven weinig kans maken. Maar Kerdijks biografie is beslist een inspiratie voor goedwillenden van allerlei politieke gezindten om de moed niet te verliezen zich in hun omgeving in te zetten voor een rechtvaardiger wereld. Ook kleine beetjes helpen om de soms vergeten idealen van Arnold Kerdijk in ere te herstellen, en zijn erfenis aan te spreken.

In de Kerdijklezing van vrijdag zal Job Cohen zijn visie geven op het zogenoemde positief paternalisme van 19de-eeuwers als Kerdijk. Aansluitend aan de lezing zal Cohen in gesprek gaan met Dick Kuiper (emeritus hoogleraar sociologie), Roel Steenbeek (voorzitter Raad van Bestuur van Ymere) en Dick Pels (directeur Wetenschappelijk Bureau van Groen Links), met Martijn de Greve als gespreksleider.
Tijdens de lezing en in de discussie daarna zullen zeker parallellen getrokken worden tussen de emancipatie van de grote groepen armen en kanslozen aan het eind van de 19de eeuw, en die van de groepen nieuwe armen en kanslozen die het moderne Nederland gegenereerd heeft, onder andere als gevolg van de massa-immigratie, en de niet altijd goed verlopende intergratie, maar ook door verslechterende sociale wetgeving.
Zou er in Nederland een nieuwe Kerdijk op kunnen staan, tussen alle partijen in, die met briljante ideeën en voortvarendheid deze problemen op weet te lossen?

Dit was wat mijn oma ooit over haar vader schreef (in de spelling van voor 1948):

“Zijn heele levenswerk berustte op het vertrouwen in de inhaerente goedheid van den mensch, den zekerheid, dat zich daardoor tenslotte alles ten beste zou keeren, ook op maatschappelijk gebied. Zijn levenswerk berustte op de overtuiging, dat men door het scheppen van verbeterde levensomstandigheden, door wetgevende maatregelen en door particuliere bemoeiingen, die goedheid kon bevorderen en daardoor het geluk kon vergroten. Dat vertrouwen was zijn levensovertuiging.”

En de Roomse partijleider dr. J.A.M Schaepman dichtte eens over Arnold Kerdijk:
“Al zijt Gij naar de letter
Ook erger dan een Ketter,
Toch draagt Gij in Uw hart
De gouden vlam van hooger leven,
Die ´t beste van zich zelv´ doet geven
Aan al wat lijden kent en smart.”

Zie voor meer:
Biografisch Woordenboek van het Socialisme

www.historici.nl

Parlement en Politiek

Advertenties

Over Selma

Maarten Lutherschool 1958
Dit bericht werd geplaatst in Amsterdam, Uncategorized en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

26 reacties op Vrijdag a.s.: de eerste Kerdijk-lezing door Job Cohen, een monument voor mijn overgrootvader

  1. Zilvertje zegt:

    Jouw overgrootvader was een bijzondere man. Wat een bijzondere dag morgen. Ik weet zeker dat dit de man was waar mijn opa over sprak met zijn vrienden. De naam komt me zo bekend voor en mijn opa had ook zijn hart op de goede plaats. Wat kom jij uit een bijzondere familie en wat fijn dat men nu nog/juist nu zoveel aandacht aan hem besteedt.

    Wat heb je er een goed stuk over geschreven. Ik ga zijn naam in mijn agenda schrijven.

    Wens je een prachtige dag morgen, het is ontroerend mooi!

  2. selmasalo zegt:

    Zilvertje, dank je wel voor je reactie.
    Misschien kende jouw opa (de herinnering aan) mijn overopa wel omdat in Edam de oudste vestiging van ‘Het Nut’ staat, aan het Jan Nieuwenhuijzenplein, waar nu het landelijk bureau is gevestigd in het oorspronkelijke woonhuis van oprichter Nieuwenhuijzen.

  3. Maria Trepp zegt:

    Ahhh ik had wel heel veel zin om te komen!! Weet nog niet of en hoe ik het kan regelen.
    Groeten,
    Maria

  4. selmasalo zegt:

    Maria,
    Cohens lezing wordt achteraf gepubliceerd, en het boek zal in (universiteits)bibliotheken te leen zijn.
    De rest van zo’n avond is tamtam 😉

  5. Zilvertje zegt:

    Selma, ja, dat zou kunnen, ik zat naar een link te zoeken en ja, mijn opa wel veel jonger, kwam uit Edam in elk geval woonde hij er zijn hele huwelijk tot aan zijn dood en het Nut klinkt ook bekend, mijn opa was altijd met politiek bezig, maar dan op zijn niveau, het was geen geletterd man, maar ik luisterde als klein kind heel graag naar hem, ik sliep dan in het bed van opa en oma achter een gordijn en dan kwamen er allemaal mensen over de vloer, en het ging over geloof, arbeid, gelijke rechten enz, het is voor mij van groot belang geweest voor mijn kijk op de wereld en uit die tijd ken ik deze naam. Ik denk dat mijn opa geïnspireerd geraakt is door jouw overgrootvader. Mijn opa was zeer rechtvaardig en nam geen blad voor de mond en was een goed mens en heeft naast zijn werk vele geholpen en heeft altijd geld opgehaald voor goede doelen en zat ook bij een voorloper van de PVDA.

    Zo bijzonder om je stuk te lezen, want het voor mij een stukje uit een puzzel dat op zijn plaats valt.

    Ik ga dingen lezen over jouw overgrootvader, wat een man zeg, zo vooruitstrevend. Om oprecht trots op te zijn.

  6. laila zegt:

    Heel boeiend Selma.

    Wat ik me nu afvraag is:
    Hoe kijk jij tegen zo’n voorvader aan?
    Het kan zijn dat er een grote discrepantie is tussen : de familieman en de ambtelijke man.Vooral bij workaholics en dat lijkt hij me ook wel een beetje.
    ( Toevallig ben ik net met Virginia Woolf bezig en ik zag , via wikipedia dat hij na verlieservaringen,net zo eindigde als zij.)

    Uit dit stuk krijg ik de indruk dat je zeker trots op hem bent en dat lijkt me terecht,gezien het feit dat hij nog steeds leeft; in deze actualiteit.

  7. selmasalo zegt:

    Laila,
    zoals dat zo vaak gaat met mannen die maatschappelijk groots bezig zijn:
    hun vrouw regelt alle ‘sociale zaken’ thuis. Het is mooi dat de belangrijkheid van deze overopa eens voor de dag wordt gehaald, maar een feit is dat zijn zoon kennelijk zo’n verdriet had van alles dat hij de complete correspondentie en alle geschriften en foto’s die hij in de nalatenschap van zijn vader kon vinden, vernietigd heeft.
    Dat zegt wel iets.
    Maar ja, Jean Jaques Rousseau en Multatuli waren veel erger tegen hun kinderen.
    Van mijn oma herinner ik me dat ze altijd vol liefde over haar vader sprak, en dat hij heel erg bij het gezin betrokken was, op de schaarse momenten dat hij thuis was.

  8. selmasalo zegt:

    Maria, ik hoor net dat de kaartjes voor de lezing uitverkocht zijn.

  9. selmasalo zegt:

    Laila,
    nog even over ‘de vrouw achter de grote man’.
    Zoals gewoonlijk zijn er weinig ‘grote’ mannen die iets presteren zonder dat vrouwtje thuis alles voor ze regelt. Eigenlijk zou er dus ook een monument voor mijn overgrootmoeder moeten komen.
    Zo onmisbaar was zij voor hem, dat mijn overgrootvader na haar dood in zo’n diepe depressie raakte dat hij zelfmoord pleegde.

  10. laila zegt:

    Dat laatste las ik op wikipedia. ( Eigenlijk maakt dat hem boeiender; hoe tragisch ook.)
    Niks voor jou om een biografie over hem te schrijven?
    Er is vast belangstelling voor gezien jouw bijdrage hier.

  11. joost tibosch sr zegt:

    Met een 21-eeuws Schaepmanniaans christelijk hart schaar ik me bii die weldenkende mensen ,die ook onze maatschappij in krisis voor ieder overeind willen houden en hoop dat jouw oma ook trots mag zijn op ons!

  12. Redstar zegt:

    De mogelijkheid is inderdaad minder aanwezig. Toch streef ik nog doelen na. Ook voor de minima in de gemeente waar ik woon ben ik actief om op lokaal niveau iets voor hen te betekenen. Ik denk dat het goed is om hoe moeilijk het soms ook lijkt, toch iets te blijven doen.

    Thx voor je comment bij mij.

  13. selmasalo zegt:

    Laila,
    met de biografie die mijn tantezegger over Kerdijk schreef ben ik erg tevreden.
    Het is een gigantisch karwei om zoiets te schrijven!

  14. selmasalo zegt:

    Joost,
    dat is een mooie, degelijke reactie 😉

    Redstar,
    goed om te lezen.
    Zelf ben ik maar een kleintje in het ‘weldoen’,
    maar zoals ik al zei: alle kleine beetjes helpen. Toch?

  15. knutselsmurf zegt:

    Je lijkt inderdaad een beetje op hem, ik was niet verbaasd om te lezen dat het familie is.

  16. selmasalo zegt:

    Knutselsmurf, hahaha.

  17. Blewbird zegt:

    Held! Job is de goeie voor deze lezing.

  18. selmasalo zegt:

    Blew,
    held, jaja, en hij blijkt nog verre familie ook: zijn oma was een nicht van mijn overopa.
    Daarom vond hij het ook erg leuk om dit te doen.
    Maar als je een paar generaties teruggaat zijn alle mensen familie van elkaar 😉

  19. pionier, groot denker en doener!

  20. selmasalo zegt:

    Jankrosenbrink,
    dat is de beste en kortste samenvatting!

  21. Joshua zegt:

    Moet Schepel niet Goed S C H E P s E L zijn ? In ieder geval laten ze zich niet Afschepelen..

  22. selmasalo zegt:

    Joshua,
    die naam is hier gelukkig nicht in Frage…
    Maar een goed schepsel, dat is in wezen elke pasgeborene, toch?
    Pas daarna kan het goed fout gaan 😉

  23. Joshua zegt:

    Tis maar hoe hoe je nicht uitspreekt .. En het is toch Niecht ‘IM’ Frage..En met de laatste regel heb ik het ondanks after all wél het tegendeel bewezen zei ik met een smile!!

  24. selmasalo zegt:

    Ja, die van die nicht is erg leuk.
    Maar: google eens op ”in Frage im Frage”,
    dan krijg je het antwoord, ohne Frage 😉

  25. timmerark zegt:

    Heb het net één keer gelezen, maar dat is niet genoeg. Wat een stuk!

  26. Pingback: Een badje in de Van Baerlestraat, en wat een boerinneke van buuten zoal meemaakt in de Grote Stad | Er was eens…

Schrijf hier je reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s