De pest aan Pasen

Zijn het de middenstandseitjes, de yuppen-meeting die de Mattheüs Passion soms is, de Paasmeubelshows voor het onverzadigbare plebs?

Ik heb weer eens de pest aan Pasen.

Toch is niet het collectieve zwelgen dat tegenstaat.

Ik ben juist altijd blij als mensen rijk zijn, en vrij om te doen wat ze willen.

Mensen kunnen me niet rijk genoeg zijn.

Over rijke mensen hoef je je tenminste geen zorgen te maken.

Nee, het zijn de actualiteitenrubrieken en de voorpagina’s die de lust tot kerkgang ontnemen. Nu toch blijvend, vrees ik.

De wereld is te groot geworden, of beter: ons venster op de wereld, de televisie, geeft teveel zicht op alle uithoeken van de wereld.

Daarbij het besef dat er zo onvoorstelbaar veel miljarden oorlogs- en misdaadslachtoffers zijn, zijn geweest en nog komen, wat zal ik dan in een kerkje mee gaan zitten mummelen over één dode ooit, die speciaal ons zou redden?

Tegelijk verveelt dat lezen en horen over slachtpartijen elders ook vreselijk.

De zin ervan is niet meer mee te beleven.

De nationalistische en godsdienstige drijfveren die een Kadhaffi nog heeft, en die doodslag zinvol voor hem maken, zijn in korte tijd bij ons verdwenen.

Hier wil niemand meer sterven voor God en Vaderland.

Daarbij worden we constant met zoveel wereldwijde informatie gebombardeerd dat de eigen waarden wel gerelativeerd móeten worden.

Het voordeel hiervan, en ook van een multicultureler worden samenleving is tegelijk het nadeel.

Je mag niet meer hartstochtelijk jouw volk, jouw land, jouw god centraal stellen, met alle klassieke consequenties voor de mindere volkeren, landen en goden in de omtrek. Die zich op hun beurt ook zo’n stralend middelpunt wanen.

Maar als dat niet mag, als je je niet meer kunt vereenzelvigen met een heilig gezamenlijk doel, is je leven wagen voor een internationale vechtpartij onzin geworden.

De grote gemene deler van alle oorlogsverhalen ooit is dat elke strijd in wezen een godgewilde was, je kon er met een gerust hart het leven bij laten, het was altijd voor het goede doel, en goed voor je ziel.

Dat is ons volkomen vreemd geworden.

Net als de vele verre oorlogen die zich nu dagelijks in onze huiskamer afspelen.

Maar de slachtoffers zijn echt.

Hun Blut und Wunden komen tot ons met bakken tegelijk, in vierkleurendruk, met bewegende beelden en verschrikkelijk geluid.

Daar verbleekt het bloed van één persoon, van horen zeggen en van een paar duizend jaar terug toch volledig bij? Zeker als het zo’n door canons volkomen van zijn inbedding in de natuur en de seizoenen gestripte figuur is.

Lees voor Pasen eens wat andere oude mythen over stervende en weer herrijzende goden. Dat verbindt meer en troostrijker met alle volkeren dan focussen op een enkel absoluut gemaakt, geabstraheerd wezen.

Die goden zijn er bij bosjes, en de biografen van Jezus kenden ze ook, gezien de door hen gebruikte ingrediënten. Osiris, Adonis, Dumuzi, Ba’lu, Persephone, maar ook Baldr, Lemminkäinen, de god is altijd jong, meestal een mooie man, die jaarlijks sterven moet voordat hij nageslacht heeft.

Dus verdort het gewas of symboliseert het snijden van koren (of de voorhuid) zijn castratie.

Maar zijn zaad, hijzelf dus, gaat temidden van bloed en doornen doodsbang de onderwereld in, en na drie dagen kiemt het.

In de tussentijd moet het flink begoten worden met tranen, meestal van vrouwen.

Zijn initiatie, want dat is het, gaat gepaard met zonsverduistering, donderslagen, openscheurende krochten.

Men moet door de duisternis gaan om het licht te kunnen vinden.

Ieder mens zelf, naar zulk goddelijk voorbeeld.

Daar kan geen ander voor bloeden.

Kijk maar naar de televisie.

En nog meer naar binnen.

Niemand ontkomt op zeker moment aan lijden.

En dat is goed.

(Dit schreef ik in dagblad Trouw, op 31 maart 1999. Ik heb er maar twee woorden in veranderd: van de Serviërs van toen heb ik Kadhaffi gemaakt)

Advertenties

Over Selma

Maarten Lutherschool 1958
Dit bericht werd geplaatst in Religieuze Rimram, Weetnietbetersyndroom. Bookmark de permalink .

2 reacties op De pest aan Pasen

  1. fulpsvalstar zegt:

    Ik heb gisteren mijn VK-blog verwijderd en sindsdien kan ik daar ook niet meer lezen en reageren, dus maar hier……….
    Ik noemde Boevink en Drayer omdat ze veelvuldig gebundeld worden, lijkt me vervelend als dan de perscombinatie met de volledige winst gaat strijken.

  2. selmasalo zegt:

    B & D zijn volgens mij redacteuren, en daar gelden andere regels voor:
    in ruil voor vast salaris en emolumenten hebben zij getekend om afstand te doen van auteursrecht, dus de opbrengst gaat sowieso naar de krant, minus het normale percentage dat een boekenschrijver altijd krijgt, is meestal 8 %, of bij de successchrijvers 10 %.
    Freelancers zijn kleine zelfstandigen, en ontvangen een afgesproken bedrag per artikel,
    waar ze zelf belasting en alle andere afdrachten en kosten van regelen.
    Hun winst ligt in het hergebruik van stukken, vroeger in andere bladen, in bundels, en tegenwoordig op internet. Als dat in de wet verankerde auteursrecht ineens door grootmogols ingepikt wordt (geef hier of donder op) dan is dat puur broodroof.

Schrijf hier je reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s