Het fijne van wetenschap is dat je alles mag onderzoeken,
werkelijk álles ter wereld en voor zover mogelijk in het heelal. ’Mag niet’ telt niet.
Het ‘mag niet!’ van de burgerlijke moraal is doorzichtige regelneverij,
het ‘mag niet!’ van orthodoxe godsdiensten is angstaanjagende nonsens,
en het ‘mag niet!’ van de smaakvolle elites vrolijke flauwe kul.
Of netter gezegd: al die ‘mag-nietjes’ blijken na simpele onderzoekjes
op tijdelijke, lokaal en cultureel bepaalde gebruiken te stoelen,
van lijders aan het Weetnietbetersyndroom.
In het kader van mijn langjarige navorsing naar het Leven en Waar het Om Draait
mijmerde ik gisteren bij het tijdschriftenrek in de supermarkt.
Welk venster van de maatschappij zou ik deze dag eens kunnen openen
om licht te laten schijnen over mijn diepgaande, tevens brede onderzoek?
De keus viel op het weekblad Privé, met een oplage van 181.216 exemplaren toch een belangrijke kennisbron voor een wetenschapper als het gaat om thema’s die de
oudere, lager opgeleide Nederlander boeien. En wat blijkt zo’n thema deze week te zijn?

De tatoeage op de rug van Arie Boomsma, de evangelische reus & geus van de televisie. Zelf zegt Boomsma daarover: “Op mijn rug heb ik een oude Koptische afbeelding van Sint Joris en de draak; die tatoeage staat voor het aangaan van uitdagingen, voor de manier waarop ik met het evangelie de wereld inga…”
Nou, daar lijkt me niks tegenin te brengen, als het Boomsma maar gelukkig maakt.
Maar zijn tattoo blijkt stof voor hilarisch domme beschouwingen in de media te zijn
waar ik wèl wat op te zeggen heb.
Eerst maar even wat leuke weetjes over Boomsma’s Koptische (Egyptische) heilige.
De Kopten claimen dat hun voorouders al door evangelieschrijver Markus bekeerd zijn, dus een verwijzing naar Kopten staat in bepaalde kringen voor oer, echt, origineel.
Het probleem met de oude Joris (Georgios/George) is evenwel dat er geen enkel historisch feit over hem bekend is, en dat zijn hagiografie een bijeenscharreling is van legenden die zwaar leunen op o.a. de Griekse heldensagen en mythologie,
die op hun beurt flink geput hebben uit de mythologie van het oude Midden-Oosten.
En dat Joris pas in de Christelijke annalen verschijnt lang nadat hij geleefd zou hebben,
en nog langer nadat de Kopten bekeerd zouden zijn.
Dat maakt natuurlijk niks uit als het gaat om een glorieus symbool
dat de strijd van het goede tegen het kwade voorstelt.
Als zodanig heeft het beeld van de historisch vage Joris beslist een zeer krachtige uitstraling, en is hij begrijpelijkerwijze de patroonheilige geworden van luitjes die zich een overwinnaar in de strijd tegen het kwaad als leider wensen, met hemelse goedkeuring.
Zo komt Joris voor in de wapens van talloze, zeer uiteenlopende landen, steden en clubs, om er een paar te noemen: Portugal, Coevorden, de Scouts, en de vroegere kruisvaarders.
Nu even wat over het nekgeklets in Privé over de symbolen op de rug van Boomsma

Privé laat zogenoemde anonieme ‘kenners’ aan het woord:
“Sint Joris is ook de beschermheilige van Catalonië, de ‘opstandige’ provincie van Spanje in het noordoosten…” en nog sterker: Boomsma’s “huidversiering lijkt verdacht veel op een combinatie van het Maltezer kruis, St Joris en een lauwerkrans,
die bijzonder populair is onder leden van de (zware) Georgische maffia,
die op hun lijf levensgrote tatoeages hebben, ermee willen laten zien dat zij extreem rechts gedachtengoed aanhangen“,
verdachten van “geld witwassen, omkoping, afpersing en drugs- en wapenhandel”
Zo zo, Arie Boomsma, sta jij er even mooi op! Verklaar het maar eens!
Laat ik die bullshit maar effe ontleden dan. Niet het Maltezer kruis staat op zijn rug maar het (verkorte) Krukkenkruis, ook het St. Joris kruis geheten. Klein foutje maar.
Beide zijn het kruisvormen die in de middeleeuwen door kruisvaarders in gebruik zijn genomen. Enfin, dat krukkenkruis is overal te vinden waar Christenen zijn, van Ethiopië tot Engeland, van Jeruzalem tot Georgië.
In Georgië is het pas in vlag & wapen teruggekeerd na de bevrijding van het juk der Sovjetunie in 1991. Als een Georgiër de patroon en het kruisteken van zijn land op zijn lichaam laat tatoeëren is dat een teken van vreugde over de onafhankelijkheid,
van nieuw ontloken vaderlandsliefde, en niet maffioos en/of ‘extreem rechts’.
Arme Privé-lezers, die collectief aan het weetnietbetersyndroom lijken te lijden, als ze 2,25 per week over hebben voor artikeltjes die bij elkaar geshopt zijn uit internet-luchtbelletjes, overgeschreven uit stukkies van mensen die maar wat liegen en kletsen. Dat dit zo is,
is heel eenvoudig te verifiëren: tik een zinnetje uit een Privé-artikel in bij een zoekmachine, en je komt het exact zó minstens twintig keer tegen van oudere datum, op sites van beuzelaars, in de onbenulligste reactieruimtes. Dat heet dan volgens Privé-journalistjes informatie van ‘kenners’, of ‘deskundigen’. Niet bij naam genoemd vanzelf.
Nu nog een leuk verhaaltje over de oorsprong van de Sint-Joris-mythe.
Zijn beeld is geboetseerd naar dat van de Sint Michaël, hieronder te zien op zomaar een huis in Düsseldorf. Hij is aartsengel nummer 1 van het Joodse, en later ook Christelijke geloof, en zodoende miljoenen malen vereeuwigd in de kunst in vele delen van de wereld

Michaël zelf is een erfenis die de Joden meebrachten uit hun Babylonische ballingschap (586-539 v.Chr). In het Bijbelboek Daniël, dat in Babylon speelt, is Michaël de hemelse ’vorst‘ van het volk uit Juda, die hen zal verlossen in de gruwelijke eindtijd.
In de Joodse traditie werd Michaël de grote voorvechter van het volk Israëls, de aanvoerder der hemelse heerscharen, die het voor hen opneemt tegen duivelse en vreemde mogendheden. In die hoedanigheid heeft hij karaktertrekken en attributen van Marduk overgenomen, de stadsgod van Babylon.
Over Marduk bestaat een lang gedicht, Enuma elisj, rond 1100 v.Chr. in spijkerschrift op kleitabletten geschreven. Het verhaalt hoe hij tot machtigste god van het pantheon verheven wordt nadat hij alle andere, ook de oudste en hoogste goden gered heeft van de gruwelijke bedreiging door het zeemonster Tiamat, dat iedereen wilde verdelgen.
Marduk durft als enige het gevecht aan met dit draakachtige wezen, en overwint haar:
“De Heer spreidde zijn net uit, sloot haar in, liet de woedende wind die zijn rugdekking was, los in haar gezicht. Tiamat opende haar mond om hem op te slokken, liet zo de woedende wind binnen, kon haar lippen niet sluiten. De woedende winden vulden haar maag,
haar binnenste werd opgeblazen, en zij opende wijd haar mond. Hij schoot er een pijl in, doorboorde haar buik, reet haar ingewanden uit elkaar, sneed haar hart uit, bond haar vast en doofde haar levenslicht. Hij wierp haar dode lichaam neer, ging op haar staan…”
“…De Heer rustte uit, en bekeek haar lijk, om de vleesklomp te splitsen,
en er een wonder mee te scheppen. Hij brak haar als een stokvis in tweeën.
Van haar ene helft maakte hij het hemeldak, rekte haar huid uit en stelde een wacht aan, beval hem haar water niet te laten ontsnappen…”
Het is echt erg interessant om dit scheppingsverhaal verder te lezen,
met de schepping van de tijd, hemellichamen, levende wezens enzovoort
(koop daar mijn vertaling maar voor: ISBN: 9020219626). Er kwam wel meer
van Enuma elisj (en andere Babylonische literatuur) in de Bijbel terecht.
Hieronder een tekening naar een Babylonische rolzegel van lapis lazuli (9de eeuw v.Chr.) waarop Marduk op het water (!) staat, met het overwonnen monster aan zijn voeten

Michaël, ook in het Christelijk deel van de Bijbel een hemelse vechtjas,
wordt traditioneel uitgebeeld als Romeins legeraanvoerder, met een leren kuras, pteruges (rok van verticale stroken) en een paludamentum, rode mantel.
Dat laat zien dat zijn voorstelling vorm kreeg in de tijd dat Romeinse legereenheden overgingen tot het Christendom, zo rond 300 AD.
Sint Joris, als min of meer Michaëls kloon, is dus ook als Romeins militair uitgedost.
Om nog even op Arie Boomsma terug te komen:
hij weet eigenlijk wel dat zijn tattoo stamt uit voorchristelijke en voorjoodse tijden.
In dit gedicht zegt hij zelf dat hij tot de pre-Adamieten behoort,
zij die er vóór de Bijbelse Adam waren
(al is die laatste zin over tenten en thee nogal mal).